Verslag Netwerkbijeenkomst Water in de Stad

Verslag Netwerkbijeenkomst Water in de Stad – PvdA Netwerk Ruimte

Inleiding Lutz Jacobi

De bijeenkomst begon met een bevlogen inleiding door Tweede Kamerlid Lutz Jacobi. Volgens haar zijn PvdA-ers juist de aangewezen personen om stedelijke belangen in de waterschapsbesturen in te brengen, gegeven de achtergrond en het electoraat van onze partij. Ze wees op een recent OESO-rapport waaruit blijkt dat de bewustwording over waterhuishouding en waterproblemen in Nederland heel slecht is. De aanwezigheid van voldoende en schoon water en adequate bescherming tegen overstromingen en wateroverlast wordt als te vanzelfsprekend beschouwd: de mensen denken dat dat vanzelf gaat en ook altijd wel zo zal blijven. Daarom moet de betrokkenheid van burgers bij waterschappen moet groter. Daarnaast moet de expertise die waterschappen al eeuwen in vooral het landelijk gebied hebben opgebouwd, in de stad worden gebruikt. Daar kunnen PvdA-ers in waterschapsbesturen een bijdrage aan leveren door hun eigen zichtbaarheid en die van het waterschap te vergroten, juist en vooral in de stad. Ook bestuurders in gemeentes en Provinciale Staten hebben onvoldoende waterbewustzijn, dat moeten de PvdA-ers in de waterschappen hen dus actief gaan bijbrengen door met hen te netwerken.

Hetzelfde geldt voor meer innovatie in het waterbeheer en de waterhuishouding, bijvoorbeeld door de rwzi niet als afvalverwerker, maar als generator van waardevolle grondstoffen te gaan gebruiken, en door in de ruimtelijke ordening meer ruimte te maken voor groen en waterberging om waterproblemen te voorkomen. Ook hier zou in alle bestuurlijke lagen van Nederland meer aandacht voor moeten zijn – en er ligt een kans voor de waterschapsbestuurders om hier in de komende periode actief mee aan de slag te gaan!

Kasper Spaan (Amsterdam Rainproof)

Kasper Spaan hield een inspirerende presentatie over het onderwerp Amsterdam Rainproof (te downloaden op de website van het Netwerk Ruimte [link invoegen]). Zijn belangrijkste boodschap: wacht niet met het uitvoeren van projecten om wateroverlast te voorkomen tot er bij de politiek en de burgers voldoende urgentie ontstaat, maar creëer die urgentie vooral zelf! Maak vooral ook ruimte voor bottom up initiatieven van burgers en bedrijven en sluit daarbij aan, probeer niet alles van bovenaf te regelen. Hij wijst erop dat bij grote wateroverlast het systeem nu al dicht tegen falen aan zit, zoals in de zomer van 2014, en dat het niet lang duurt tot het moment van system overload en grootschalige overlast. Het lastige is dat niet alle betrokken bestuurders dit beseffen, en dat je na elke verkiezingsstrijd opnieuw moet beginnen aan draagvlak bouwen.

Bij de gemeente gaat het nu goed, maar de veiligheidsregio’s zijn nog helemaal afwezig bij de preventie van wateroverlast. Zij zijn nu terecht erg gericht op evacuatie en bestrijden van overlast als die eenmaal ontstaan is, maar het zou goed zijn wanneer zij ook meer in de preventiesfeer meedenken, zoals bij het nieuwe ‘meerlaagsveiligheid’ ook de bedoeling is. De zaal suggereerde een link met het politiekeurmerk veilig wonen: zorg dat mensen een lagere verzekeringspremie voor hun opstal krijgen wanneer ze hun huis en tuin afdoende waterbestendig hebben gemaakt. Of een aanpak vergelijkbaar met het energielabel: een klimaatbestendigheidslabel voor woningen.

De toekomst voor het stedelijk waterbeheer ligt volgens Kasper in de haarvaten van de stad, bij initiatieven zoals het Polderdak in Amsterdam. Hierdoor is het mogelijk met micromanagement te sturen op waar het water valt. Amsterdam Rainproof is al een heel  eind met het realiseren van zijn doelstellingen, en mag waarschijnlijk nog 2 jaar verder!

 

Leny van der Vliet (AGV)

Het waterbewustzijn is bij stedenbouwkundigen en ruimtelijk ordenaars veel te vaak afwezig, volgens Leny is dit het belangrijkste wat moet veranderen om in de stad beter met water te kunnen omgaan en op de groeiende opgave te kunnen inspelen. De watervisie van Amsterdam is volgens haar een slecht voorbeeld van hoe het nu gaat: de gemeente geeft blijk van onkunde over het onderwerp en heeft volgens AGV een veel te beperkte visie op water. Iemand moet ook bestuurlijk het voortouw gaan nemen om water bovenaan de agenda te krijgen – daar gaat Leny zich de komende periode hard voor maken!

 

Jan Reerink (HDSR)

‘Vroeger waren de waterschappen van de boeren’, maar sinds de introductie van de waterschapsverkiezingen is dat helemaal omgeslagen. Daardoor wordt er meer geinnoveerd en durven de waterschapsbestuurders meer. Ook is er nu al steeds meer de nadruk komen liggen op de stedelijke belangen. Het Bestuursakkoord Water heeft ook een boost gegeven aan dit proces, want toen moesten ook de onwillige waterschappen en gemeentes meedoen en beter gaan samenwerken. Uiteindelijk heeft het Bestuursakkoord tot een sterke verbetering van de samenwerking tussen gemeentes en waterschappen geleid, en dus tot meer mogelijkheden om de stedelijke waterproblematiek aan te pakken. Via wijkwaterplannen heeft HDSR afspraken gemaakt met gemeente Utrecht om blauwalg tegen te gaan en te zorgen dat het water hier beter doorstroomt. In de stad moet volgens Jan vooral de aanpak van waterkwaliteit ook niet worden vergeten – het risico is dat het alleen over kwantitatieve onderwerpen gaat. Bladafval en hondenpoep vormt in Utrecht 50% van de fosfaatbelasting van het oppervlaktewater, terwijl hier echt wel wat aan te doen valt. Over dit soort onderwerpen wil Jan nog meer gaan samenwerken met de gemeente Utrecht.

 

Discussie

De zaal was het eens met de stelling dat het instrumentarium van de waterschappen moet worden aangepast om beter te kunnen samenwerken met gemeentes. Er is vooral behoefte aan meer flexibiliteit, zodat beter kan worden ingespeeld op ruimtelijke ordeningsonderwerpen. Gemeentes hanteren daarbij een planning van een paar jaar, terwijl waterschappen gewend zijn per 10 jaar plannen op te stellen. Als waterschappen beter willen samenwerken met gemeentes, zullen zij ervoor moeten zorgen dat ze kunnen inspelen op de kortere doorlooptijden aldaar. Zo kan werk met werk gemaakt worden, kunnen waterschap en gemeente profiteren van elkaars initiatieven en kan optimaal gebruik gemaakt worden van de kansen om waterproblemen aan te pakken. Het werkt daarbij goed om regelmatig met alle wethouders en het waterschapsbestuur te overleggen. Dit geldt zeker ook voor ambtelijke contacten tussen gemeenten en waterschappen en het helpt ook als het waterschap aanbiedt om mee te betalen als de gemeente dingen doet die het waterschap graag wil. Dit vereist lef en de wil om over budgetaire schuttingen heen te kijken. Wel willen de waterschappen graag de verplichte watertoets weer terug – deze dreigt bij inwerkingtreding van de Omgevingswet niet langer verplicht te zijn. Het woord ‘toets’ impliceert controle op water in de ruimtelijke ordening achteraf, dat is een valkuil. De watertoets is 10 jaar geleden juist in het leven geroepen om het waterbelang (=in ieders belang) in de ruimtelijke ordening te borgen. De reden voor de watertoets is nog steeds actueel, zeker in de opgave voor de klimaatbestendige stad.

De aanwezige waterschappers uit het oosten van het land vroegen zich af wat je als waterschap moet doen wanneer je niet  in een stedelijk groeigebied opereert en er dus geen nieuwbouw meer is als motor, waarbij via de grondexploitatie middelen beschikbaar komen. Hoe kunnen dan maatregelen worden gefinancierd? De suggesties uit de zaal waren:  inspireren en laten zien, zodat gemeentes, burgers en bedrijven vooral ook zelf aan de slag kunnen; vooral lokaal maatwerk bieden en aansluiten bij bestaande initiatieven, optimaal proberen in te spelen op wat er wel gebeurt; vooral met elkaar praten en de dialoog aangaan, dat alleen al heeft meerwaarde ook al komt er geen extra geld beschikbaar. Ook werd de tip gegeven om aan te haken bij projecten op het gebied van groene energie. Verder loont het om aan burgers en bedrijven duidelijk te maken dat waterschap en gemeente a) een gezamenlijk doel hebben, namelijk wateroverlast voorkomen en bestrijden en de waterkwaliteit verbeteren, maar b) dat niet alleen kunnen – en dat een bijdrage uit de samenleving dus noodzakelijk is. Het Rijk kan hierbij ook een rol spelen, hier wordt in het Deltaprogramma ook al aandacht aan besteed.

Geconcludeerd werd dat eigenlijk het project Nederland Rainproof nodig is. Om dit te realiseren werden de volgende tips gegeven:

  • Vergroot bewustwording, vooral ook buiten de overheid
  • Koppel wateropgaven zoveel mogelijk aan andere (stedelijke) opgaven
  • Durf als netwerk te denken, stel je als overheid kwetsbaar op en probeer het niet allemaal zelf op te lossen, maar vooral anderen te stimuleren om een bijdrage te leveren
  • Zet je netwerk in en maak het mede-eigenaar van het gezamenlijke probleem. Burgers leunen nu teveel op de overheid en daar moeten we vanaf, we moeten de problemen juist samen aan gaan pakken.
  • En: nu slim investeren is hoge meerkosten in de toekomst voorkomen!